Het energielabel zegt hoe zuinig een gebouw is op papier. Maar hoe slim gaat een gebouw in de praktijk om met energie? Past het verwarming en licht aan als er niemand is? Kan het meebewegen met het stroomnet? Daar gaat de Smart Readiness Indicator over.
Wat is de Smart Readiness Indicator?
De Smart Readiness Indicator, kortweg SRI, is een Europese methode om te beoordelen hoe slim een gebouw is. De SRI kijkt naar drie dingen:
- Regeling en energie-efficiëntie: hoe goed regelt het gebouw zijn installaties?
- Gebruikers: hoe goed reageert het gebouw op de wensen van de mensen die er werken?
- Het energienet: kan het gebouw zijn verbruik verschuiven als dat nodig is, bijvoorbeeld bij drukte op het stroomnet?
De uitkomst is een score van 0 tot 100 procent, verdeeld in zeven klassen. Een heldere en onafhankelijke uitleg vind je op smartreadinessindicator.org.
Wat wordt er beoordeeld?
De SRI kijkt naar de slimheid van negen onderdelen van een gebouw:
- verwarming
- warm tapwater
- koeling
- ventilatie
- verlichting
- de dynamische gebouwschil, zoals zonwering die zelf reageert
- elektriciteit, zoals zonnepanelen en opslag
- het laden van elektrische voertuigen
- monitoring en regeling
Hoe slimmer deze onderdelen worden geregeld en hoe beter ze samenwerken, hoe hoger de score.
Wordt de SRI verplicht?
In Nederland is de SRI nog niet officieel ingevoerd. Maar dat kan veranderen. In de vernieuwde Europese gebouwenrichtlijn (EPBD) uit 2024 staat dat Europa uiterlijk 30 juni 2027 besluit over het verplicht stellen van de SRI. Naar verwachting begint dat bij grotere utiliteitsgebouwen, met installaties van meer dan 290 kilowatt. Dat zijn dezelfde gebouwen die nu al een gebouwautomatiseringssysteem moeten hebben.
De actuele stand van zaken lees je op de pagina Wordt de SRI verplicht? en op De SRI in Nederland.
SRI en energielabel: wat is het verschil?
Het energielabel berekent hoeveel energie een gebouw nodig heeft. De SRI kijkt naar hoe slim het gebouw met die energie omgaat. Twee gebouwen met hetzelfde energielabel kunnen dus heel verschillend scoren op de SRI. Meer daarover lees je in de vergelijking SRI en energielabel.
SRI en het IT-Label: twee lagen van hetzelfde gebouw
De SRI en het IT-Label vullen elkaar aan. De SRI kijkt naar de slimme functies: regelt de verwarming zich op bezetting, reageert het gebouw op het stroomnet? Het IT-Label kijkt naar de digitale basis daaronder: de aansluiting, de bekabeling, de WiFi en de manier waarop gebouwsystemen met het netwerk zijn verbonden.
Die basis is geen bijzaak. Sensoren, slimme meters en een gebouwbeheersysteem sturen voortdurend data over het netwerk. Is dat netwerk onbetrouwbaar, of zijn de systemen niet goed gescheiden en beveiligd, dan werken de slimme functies niet zoals bedoeld. Een hoge SRI-score vraagt dus om een goede digitale basis.
De SRI laat zien hoe slim een gebouw is. Het IT-Label laat zien of het netwerk eronder dat slimme gedrag kan dragen.
Waarom nu al de moeite waard?
Ook als de SRI voor jouw gebouw nog niet verplicht is, levert slim regelen nu al op:
- Lagere energiekosten, doordat installaties alleen werken als het nodig is.
- Minder pieken op het stroomnet. Dat wordt belangrijker nu het net op veel plekken vol zit. Lees ook ons blog over netcongestie en datacongestie.
- Een sterker verhaal richting huurders, beleggers en banken, die steeds vaker vragen hoe toekomstbestendig een gebouw is.
Zelf aan de slag
Wil je weten waar jouw gebouw staat?
- Bereken een eerste indicatie van de SRI-score met de SRI-calculator.
- Doe onze gratis duurzaamheidsscan. Die laat zien hoe het staat met de digitale basis en met slim energiegebruik.
- Plan een voorinspectie. Dan kijken we samen naar de slimme systemen en het netwerk eronder, en naar de stappen die het meeste opleveren.
Meer over labels en keurmerken lees je in duurzaamheidslabels vergeleken en in de begrippenlijst bij Smart Readiness Indicator.
Bron voor de SRI-gegevens: smartreadinessindicator.org.