Een slim gebouw zit vol apparaten die met het netwerk verbonden zijn. Thermostaten, sensoren, meters, camera's, toegangspoorten en laadpalen. Dat is precies wat het slim maakt. Maar elk apparaat is ook een deur die op slot moet.
1. Geef gebouwsystemen een eigen netwerk
De belangrijkste stap: zet de gebouwsystemen op een eigen, afgeschermd netwerk. Los van het netwerk van de huurders en los van de gasten-WiFi. Gaat er ergens iets mis, dan blijft het daar.
2. Verander de standaardwachtwoorden
Veel apparaten worden geleverd met een standaardwachtwoord. Die staan vaak gewoon online. Verander ze bij de installatie, en leg vast wie de nieuwe wachtwoorden beheert.
3. Houd de software bij
Ook slimme apparaten krijgen updates, vaak om lekken te dichten. Spreek met je leveranciers af wie die updates installeert, en hoe vaak.
4. Weet wat er hangt
Maak een overzicht van alle apparaten op het netwerk. Wat is het, waar hangt het, van wie is het, en wie beheert het? Een apparaat dat niemand kent, wordt ook niet beveiligd.
5. Spreek af wie verantwoordelijk is
In veel panden is niet duidelijk wie het netwerk van het gebouw beheert. De eigenaar, de installateur of de IT-afdeling van de huurder? Leg het vast. Dan weet iedereen wie er in actie komt als er iets misgaat.
Hoe het IT-Label helpt
Bij een IT-Label audit kijken we ook naar de scheiding tussen netwerken en het beheer ervan. Zo zie je in één oogopslag of de basis veilig is ingericht. Meer weten? Lees over smart building en IoT.